BOSRONDE
  KNNV ROTTERDAM
NATUURRECREATIE
NATUURSTUDIE
NATUURBESCHERMING
  NATUUREXPEDITIES
BOSRONDEN
 
.  
 
Bosronde 2002
Maandelijkse rondwandeling in het Kralingse Bos
Onder leiding van Anneke Koster
 
- KNNV ROTTERDAM -

Op de laatste woensdagmiddag van de maand gaan een aantal leden een ronde lopen langs de KRALINGSE PLAS. Wilt u met ons meegaan?
Wat wij op deze manier tegenkomen aan natuurschoon willen we graag bekijken.
Na de ronde gaan we in onze
NATUURSTUDIO aan de Dirk Smitsstraat het een en ander evalueren, zo mogelijk in een schriftelijk verslag en op deze pagina.
Gaat u met ons deze hernieuwde kennismaking aan met het ons allen zo bekende
KRALINGSE BOS.
Wij staan om 13.00 uur op het parkeerterrein bij de plasmolens.
Tot ziens.

Nadere informatie bij het BUREAU

30 januari 2002 27 februari 2002 24 maart 2002
1 mei 2002 29 mei 2002 19 juni 2002
juli 2002 augustus 2002 september 2002
oktober 2002 20 november 2002 december 2002
 
  KRALINGSE PLAS KRALINGSE BOS
.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 20 november 2002
door Anneke Koster

Dit keer wilden de deelnemers, Anneke en Arnoud enkele paddestoelen verzamelen in het bos om vervolgens in de Natuurstudio te determineren.
Het zou wellicht de laatste mogelijkheid zijn van dit jaar om nog enkele exemplaren te vinden. We liepen dit keer tegen de klok in om de plas heen.

Al in het begin, in het parkje vlakbij de Kralingse weg vonden we prachtige groene Hulst, vol met rode besjes.  
Even voorbij de molens zagen we een partij Honingzwammen vegeteren op oude boomstronken.  
Ook troffen we veel Witte bultzwammen, in diverse stadia van ontwikkeling, op liggende boomstammen.  
Verder lopend over een bospad richting hertekamp werden we opgeschrikt door een stel Vlaamse gaaien, te herkennen aan de prachtige blauwe band om hun vleugels.  
Bij het Indonesische restaurant langs het water stond de Maagdenpalm in bloei.  
Aan de noordzijde van de plas viel ons oog op een berkenstam, vol met weke, rose-achtige zwammen. Hier namen we wat van mee. Het bleek te gaan om de Spekzwoerdzwam.  
Ook ontsnapte een prachtige grote witte paddestoel niet aan onze aandacht. Deze determineerden we in de Natuurstudio als de Blanke parasolzwam.  
Een vettige, witte en nog jonge paddestoel met een kegelvormige hoed, werd door Arnoud een Botercollybia genoemd. Ten onrechte, want in de Natuurstudio maakten we een sporee met prachtige kaneelbruine sporen. We weten nog niet wat het was. Misschien wel een nieuwe soort?
Van de gevonden paddestoelen is tenslotte de Witsteelfranjehoed (Psathyrella microrhiza) nog vermeldenswaard.  
Op het laatste stuk kwamen we nog een stel grazende Waterhoentjes tegen.  
Verschillende Zwarte kraaien cirkelden rond in onze nabijheid.  

En last but not least, genoten we in de namiddag nog van een prachtige zonsondergang.

.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 19 juni 2002
door Anneke Koster

Met vriend Arnoud wandel ik naar het Kralingse Bos om ongeveer 15.45 uur.
Er zweven vele pluizen. Waar komen toch al die vandaan? We ontdekken dat ze van een wilg afkomstig zijn. Met de nomenclatuur van de wilgen is het slecht gesteld lees ik in een boekje. Hier waag ik mij dus maar niet aan.

Voor de tweede brug staat een kale stam van een berk met bovenin wel zes exemplaren van de Berkezwam. Het mycelium van de Berkezwam (Piptoporus betulinus) veroorzaakt bruinrot in staande en liggende berkenstammen. Het vruchtlichaam is eenjarig, een vlak kussen- tot console- of waaiervormig, zijdelings aangehecht. De hoed is 5-30 bij 5 – 20 cm en 2-5 cm dik. De bovenzijde (die wij niet kunnen zien omdat ze zo hoog zitten) is glad, cremewit tot oker- of grijsbruin, met ingerolde rand. De buisjes zijn 4-8 mm lang en crŤmewit. De poriŽn zijn 3-4mm, rond tot hoekig. Het vlees is kurkachtig, zacht en wit. De geur is aangenaam. Deze zwam komt algemeen voor op stammen en dikke takken van berken in de zomer en herfst.

Het gras is heel hoog. Voor juli mag het niet gemaaid worden heb ik mij laten vertellen. Er staan onder andere de volgende algemeen in Nederland voorkomende soorten:

Speerdistel, Cirsium vulgare 50-120 cm
Een forse sterk gestekelde plant. De stengel is stekelig gevleugeld. De bladeren hebben lange, zeer scherpe geelachtige stekels. De bloemen staan in vrij grote, afzonderlijk of in groepjes zittende hoofdjes en zijn lichtpurper. De omwinselblaadjes hebben lange gelige stekels. Het vruchtpluis is geveerd. Er zijn vele soorten distels. Het zijn samengesteldbloemigen (Composieten).

Rode klaver, Trifolium pratense, 15- 50 cm.
De stengels zijn opstijgend en behaard, de blaadjes langwerpig-eivormig, vrijwel gaafrandig en op de bovenkant vaak met lichte of donkere V-vormige vlek. De steunblaadjes zijn eivormig met een spitse top. De bloemen zijn bol- tot eivormige hoofdjes, rood of roze. De kelk is van buiten behaard. Er zijn vele soorten klavers. Het zijn Vlinderbloemigen (PapilionaceeŽn).

Bereklauw. Heracleum sphondylium. 80-150 cm.
De plant is fors en ruw behaard. De stengels zijn diepgegroefd-kantig. De bladen zijn geveerd. De blaadjes langwerpig-lancetvormig, gelobd of gespleten. De bladscheden zijn groot en buikig. Het omwindsel ontbreekt vaak. De omwindseltjes zijn veelbladig en de bloemen staan in grote dichte schermen, wit of iets roodachtig. De vruchten zijn plat met een gevleugelde rand. Deze plant hoort bij de schermbloemigen (Umbelliferen).

Om ongeveer 16.00 uur zijn we wederom zij de plasmolens. Bij het water is een groep ganzen met een stuk of 10 donzige jongen. Het zijn geen wilde ganzen.
Verder lopend het bos in zien we:

Kleefkruid, Galium aparine, 30- 120 cm.
De stengels zijn lang, liggend of klimmend, ruw door naar onder gerichte stekeltjes. De bladen zin in kransen van 6-8, lijn- tot lancetvormig, steklepuntig en de rand ruw-gestekeld. De bloemen zijn in kleine groepjes, klein en wit. De vruchten hebben haakvormige borstels. De familienaam is Sterbladigen (RubiaceeŽn).

Klein springzaad, Impatiens parviflora.
Deze plant heeft kleine rechtopstaande lichtgele bloempjes die lang gesteeld boven de bladen uitsteken en hebben een rechte spoor. De vruchten springen bij rijpheid bij de minste aanraking met 5 kleppen open en slingeren de zaden ver weg. De familienaam is Balsemienachtigen (BalsaminaceeŽn).

Op de Smeerwortel zitten Aardhommels (Bombus terrestris). Het vrouwtje is zwartfluwelig behaard met een witte achterlijfspunt. Op borststuk en achterlijf zijn daarbij meestal ook geelachtige haarringen te zien. Pas in juli verschijnen de mannetjes, die 13 tastergeledingen hebben (vrouwtjes 12). Ze komen voor in open terreinen ook in bossen. Het broedsel wordt in holen (bijvoorbeeld van muizen) opgevoed, soms wel 1,5 m onder de grond. Net als bij de Honingbij worden raatcellen van was gemaakt, elk met 1 eitje. Een volk bestaat uit 200-400 individuen. Alleen de bevruchte vrouwtjes overwinteren.

Verder langs de plas lopend komen we bij de heemtuin. Naast vele planten zien we hier ook veel Libellen.
De Vijverjuffer (Lestes sponsa) is metaalglanzend, groen of roodachtig. De ogen van het mannetje zijn blauw en zijn borst en achterlijfspunt zijn meestal blauw berijpt. Op beide vleugelparen is een zwarte of bruinzwarte vlek zichtbaar. Het is een algemene libelle van stilstaande wateren, vaak te vinden aan biezen, paardestaarten en andere oeverplanten. De paring vindt zittend plaats. Bij de ei-afzetting bewegen vrouwtje en mannetje zich na vorming van het paringswiel of in tandemformatie langs een stengel omlaag tot het water is bereikt. Het vrouwtje boort de eieren in stengels van waterplanten, zonder daarbij zelf onder te duiken. De eieren overwinteren en de larven komen in het voorjaar uit.

Tot zover dit verslag.

.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 1 mei 2002
door Anneke Koster

Wederom in gezelschap van Ben ga ik om 14.30 uur richting Kralingse plas. Het is zonnig weer en we lopen met de wind in de rug. Op de plas zwemmen twee paar Meerkoeten en een gans. Een Kauw en een Scholekster lopen op het gras. Een meeuw met gele snavel vliegt in de lucht. De Merel en de Koolmees laten van zich horen.

Tussen het groen bij de waterkant vinden we de roodviolette bloemen van de Gewone smeerwortel en verderop is een geelwitte variant. De bloemen zijn klokvormig en hebben opvallende schubben bij de keel. Deze plant komt voor op natte stikstofrijke bodems.
De Paardenbloem is hier ook veel voorkomend. In de grondbladeren, die een rozet vormen staan de bloeistengels soms in verschillende stadia tezamen: Een stengel met een bloemhoofdje met vele gele bloempjes (niet allemaal uitgekomen) Eťn met gesloten schubben, waarbinnen de stampers zich ontwikkelen tot vruchten Eťn met een pluisbol (vruchtjes met zaadjes) En nog een stengel met het kale bloemhoofdje.
Het Madeliefje is ook een composiet met bloemen die in een hoofdje bijeen staan. De lintbloemen aan de rand van het hoofdje zijn wit, vaak met wat rood aan de top. De buisbloemen in het centrum zijn dooiergeel. De bladen zijn kortgesteeld, spatelvormig met gekartelde rand en vormen een grondstandig rozet. De plant vraagt veel licht en treedt vooral op in vaak gemaaide graslanden, zoals hier in het Kralingse bos. Men kan hem bijna het hele jaar door vinden.
De Kruipende boterbloem is al weer in bloei (van mei tot september). In de winter verdort het deel van de plant dat boven de grond uitsteekt en sterft, maar het ondergrondse gedeelte blijft leven. In de lente schiet een nieuw bundeltje bladeren uit een knop van de ondergrondse stengel. Het is een overblijvende of vaste plant. Hij heeft vijf groene kelk- en vijf goudgele kroonblaadjes, veel meeldraden en een stamper. De stamper wordt vrucht. De vrucht bevat zaadjes.
Van het Speenkruid, die een voorjaarsbloeier is, zie ik geen gele bloemen meer. Aan de liggende, op de knoppen wortelende stengel staan rondachtig-hartvormige glanzende stompgerande bladen. Hij komt voor in vochtige loofbossen, parken, aan oevers op beschaduwde, grazige plaatsen.
Wel in bloei is Gewone Ereprijs met hemelsblauwe bloemen in trossen in de bladoksels (meestal 2 trossen per plant). De kelk is 4-bladig, de 4 kroonbladen zijn donker geaderd. Algemeen komt deze plant voor in graslanden, wegbermen en open plekken in bossen.
Ook veel in bloei is Look-zonder-look, een kruisbloemige met kantige, nabij de voet behaarde stengel en gesteelde, hartvormige, bochtig getande grondbladen. De 6 mm lange, witte, 4-tallige bloemen staan in eindelingse trossen die zich na de bloei verlengen. De vrucht is een 3-7 cm lange, schuin opgerichte hauw op een recht afstaand steeltje.
De bloemen van de Pinksterbloem zijn wit, roze of zachtviolet met gele helmhokjes en ze vormen een tros. Er zijn 4 kelk- en kroonbladen. De ronde holle stengel heeft geveerde lancetvormige blaadjes die verspreid staan en een rozet van grondbladen ook geveerd, maar met rondere blaadjes. Hij is minder algemeen geworden.
Het Fluitekruid is een schermbloemige met geribde, holle, alleen bij de voet behaarde stengels en dubbel- of drievoudig geveerde bladen. De witte bloeischermen zijn 8-15-stralig. Hij is verwant aan de Echte kervel. Het is een algemene soort van bemeste hooilanden, wegbermen en bosranden.

Tot zover dit relaas over enige soorten die ons opvallen. Er valt dus nog veel te onderzoeken in de Natuurstudio.

.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 24 maart 2002
door Anneke Koster

Wanneer ik samen met vriend Ben het bos in loop vanaf de Boszoom, is het 13.25 uur.
Langs de kanten van het voetpad zien we o.a. Brandnetel, Koolzaad, Paardebloem en Madelief in het gras.
Op een liggende boomstam vinden we Elfenbankje met een streeptekening en een donkerbruine bultige houtzwam, misschien gaat hij uitgroeien tot een Platte tonderzwam.
Het wateroppervlak van de plas is vrij glad en er zwemt een Meerkoet. Langs de kant staat Ereprijs in bloei.
Tegenover de plasmolens zien we een achttal witte Ganzen met oranje snavels, zwempoten en blauwe ogen. Ze komen naar ons toe, omdat ze brood zien, maar we moeten snel wegvluchten voor hun dreigende houding. Het is inmiddels 14.10 uur.
Voordat we het bos inlopen, zien we bij de slootkant de gele bloemen van Klein Hoefblad.
Aan de bomen hangen nestkastjes, waar IVN opstaat. In het belang van het insectenleven mogen er niet te veel kastjes in het bos hangen.
Nog meer gele bloemen van de bodembedekker Speenkruid en blauwpaarse Boshyacint zien we staan.
De Treurwilg bij de sloot kleurt al groen. De Blauwe reiger is er ook weer.
Verder langs de plas zien we Maagdenpalm in bloei, Hondsdraf en Fluitekruid. Nog meer Ereprijs en Groot Hoefblad. De Vlier loopt ook al uit. Er vliegen een paar Scholeksters en Zwarte Kraaien.
We lopen voorbij het schelpenpad de Heemtuin in en vinden daar o.a. Gevlekte Dovenetel, Sleutelbloem en Sneeuwklokje.
Helaas is de Natuurstudio op de Dirk Smitsstraat vandaag niet open, maar wel elke woensdagmiddag.
Tot zover dit verslag.

.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 27 februari 2002
door Anneke Koster

Om ongeveer 14.00 uur loop ik samen met mijn vriend Arnoud langs de Kralingse plas. Op het water zien we 2 Meerkoeten met hun witte bles en snavel en 5 gansachtige vogels. Misschien zijn dit Wilde Zwanen, 4 bruine en 1 witte. Dan zijn het wintergasten en doortrekkers. Ook zijn er 3 Knobbelzwanen, 2 witte en 1 bruinige (jonge), een Fuut met hals- of wangkraag en lange oorpluimen, een stel Wilde eenden en een Waterhoen met een rode bles en geelgepunte rode snavel. In de lucht is een zwerm meeuwen.

Het waait met windkracht 8 ongeveer en het is half bewolkt. De treurwilgen kleuren alweer een beetje groen en hebben katjes. De Meidoorn begint ook al groen te worden en heeft nog enkele rode besjes (familie van de Roos). De berken, populieren en elzen hebben ook katjes (bruin, groen, staand of hangend). De Vlier heeft al groene blaadjes.

Om 15.00 uur zijn we bij de plasmolens de Ster en de Lelie. De wind is op de rug en het is zonnig. We kijken naar de knoestige stammen van de afgezaagde kastanjes en lopen dan naar rechts het bos in langs de drassige afgemaaide grasvelden met de molshopen. Zwarte Kraaien zijn hier aanwezig. Aan de bomen hangen nestkastjes en verderop staat een ooievaarsnest opgesteld. Wanneer we weer in de richting van de plas gaan, passeren we een veldje met jonge beukeboompjes en rechts prunussen. Langs een sloot staat een Blauwe Reiger te vissen.

Langs de plas lopend zien we een tiental Meerkoeten op het gras grazen. Het menu is in hoofdzaak plantaardig, maar ze eten ook wel visjes, wormen, weekdieren of zelfs jonge eendjes. In de luwte van de bomen groeit de Brandnetel. Ook groeit er Speenkruid als bodembedekking. De bloemen van het Groot hoefblad zijn al roze. We lopen over het pas aangelegde schelpenpad met de (padden)poeltjes en verder door het bos.

In de Natuurstudio van de KNNV ROTTERDAM bekijken we nog een paar vondsten met de microscoop.

.

/\
NaaR
BoVeN


Bosronde 2002
Verslag van 30 januari 2002
door Anneke Koster

Vanmorgen was het zonnig, maar de lucht is al weer dichtgetrokken, wanneer ik in de richting loop van het Kralingse Bos om ongeveer 14.10 uur. Naast het voetpad langs de Kralingse weg ligt een half vermolmde boomstam. Sommige bomen zijn bekleed met groene klimop eromheen, de andere staan er kaal bij.
Op de plas zie ik een vijftal meerkoeten, een fuut en in de lucht een meeuw. Op het gras tjilpen een paar merels: 2 zwarte met een oranje snavel (mannetjes) en een bruine (vrouwtje). Ze verdwijnen onder de dichte takken van laag struikgewas, waaraan nog enkele lichtroze gekleurde ronde besjes zitten. Door de storm van afgelopen dagen is een boom gehalveerd.
Langs de oevers staat o.a. nog bruinverkleurd riet met pluimen. Er is weinig wind. De struktuur van de bomen is goed te zien en ik zie lange hangende katjes (mannelijk) en omhoog staande (vrouwelijke) aan berken en elzen.
Het gras is overal erg kort afgemaaid en er zijn veel molshopen te zien.
De brandnetels zijn weg, maar kleine plantjes komen al weer op. Tussen het geboomte staan nog flinke plassen.

Om ongeveer 14.30 uur ben ik bij de plasmolens. Tegenover het restaurant aldaar staat een tweetal bomen met zeer knoestige stammen. Voor de stenen brug ligt een afgezaagde boomstam, die o.a. begroeid is met gele korstzwammen. Langs de wandelboulevard, waar een twintigtal mensen lopen met ongeveer half zoveel honden, is alle oeverbegroeiing weg op een paar plukken verdord hoog rietpluim na. Het water golft licht en twee meerkoeten met een witte snavel en bles zwemmen links van mij. Een meeuw cirkelt in het midden boven de plas en vliegt dan naar de sloot langs het grasveld. Hij volgt de sloot en weer terug en buigt dan weer af naar de plas. Nog vijf meerkoeten gaan tegen de wind in en verderop nog enige watervogels met witte veren aan weerskanten (waarschijnlijk kuifeenden).
Op het gras tel ik drie zwarte kraaien. Ook hier zie ik veel molshopen. Bij de volgende stenen brug zwemmen drie wilde eenden, waarvan twee in prachtkleed (mannetjes).
Voor het Indonesische restaurant staat een stevige wind. Op de steiger signaleer ik geen vogels. Er zijn nog veel meer omgewaaide en -gezaagde bomen. Eťn boom staat heel erg schuin en wordt door een andere stam gestut. Naast de molshopen op het gras zie ik nog zeven kraaien. Achter het geboomte is het weer luw.

Verderop ligt een 3 meter hoge stapel van op maat gezaagde stammen en een puinberg. Er loopt een schelpenpaadje langs. Aan de andere kant hiervan zijn 2 poelen aangelegd. Dit heb ik dus nog niet eerder hier gezien!!!
Verderop een soort eiland in een plas gevormd en hier staan een twintigtal bomen met klimop.
Bij de ingang van de heemtuin (waarvan het hek openstaat) staan ongeveer 25 berken. Ondertussen passeren enige wandelaars (al of niet met honden) en hardlopers.
Ik loop verder het bos door langs de groene inval en een gebouw van natuur en milieu-educatie. Hier staat een nieuw informatiebord over de indeling en omgeving van het bos. Op de achterkant staat informatie over de dieren in het bos. Misschien heb ik toch het geluid van de koperwiek gehoord: tsjiek-tsjiek; en/of van de andere wintergasten: de buizerd: katachtig gemiauw en het goudhaantje: zacht en hoog sie-sie.
Op de steiger bij het strandje zie ik wel vogels: aalscholvers en wel ongeveer honderd meeuwen.

Het bos uitlopend ga ik weer naar de natuurstudio. Hier vertel ik kort wat ik op mijn weg gezien heb. Tot de volgende keer!
Wil je mee, dan kun je je woensdagmiddag opgeven bij de
natuurstudio in de Dirk Smitsstraat.

.

/\
NaaR
BoVeN


Vragen, correcties, aanvullingen of tips ontvangen wij graag per E-MAIL.

/BOSRONDE02.htm

© KNNV ROTTERDAM

Websiteontwerper

WEBSITEREDACTIE

Voor het laatst bijgewerkt op 13 november 2020

Titel
BOSRONDE 2002, Maandelijkse rondwandeling in het Kralingse Bos onder leiding van Anneke Koster. EEN REEKS NATUURACTIVITEITEN VAN DE KNNV ROTTERDAM.

Beschrijving

Trefwoorden
Kralingse Bos, kralingse Plas, wandeling, natuur, natuurrecreatie, natuurstudie, natuurwaarnemingen, natuurwandeling, onderzoeken, excursue, planten, vogels, bomen, watervogels