FUNGI
 
NatuurCentruM RotterdaM
NCR NATUURSTUDIO
PADDESTOELENSTUDIE

Natuurinformatie
Het leven op aarde
Zes rijken

-
Domein

Biota
Eukaryota
 

 
   
 
Rijk
Fungi, Paddestoelen
Ecocodes
voor landschaps- en vegetatietypen
 
- NatuurCentruM RotterdaM -
 
SYSTEEMOVERZICHT SYNONIEMEN KENMERKEN WAARNEMINGEN SITEARTIKELEN
DETERMINEERTABELLEN NAAMLIJSTEN AFBEELDINGEN INVENTARISATIES LITERATUUR
BIJZONDERHEDEN COLLECTIES BIOLOGIE VERSPREIDING WEBLINKS
TAXONOMISCHE RANGEN     ECOCODES CD-ROMS
HABITATRICHTLIJNEN       ORGANISATIES

.

.

.

.

.

/\
NaaR
BoVeN


Ecocodes Fungi
Overzicht

Ecocode
hoofdgroep
Omschrijving groep
1.0 Opgaande loofbossen
(lanen en houtwallen, zie 4)
2.0 Loofhoutstruwelen en hakhout
3.0 Naaldbossen en -struwelen;
gemengde loof- en naaldbossen
4.0 Houtwallen (opgeworpen aarden wallen met bomen of struiken)
houtsingels (vlakke, smalle stroken met bomen of struiken),
lanen en
bosranden
5.0 Heiden, heischrale graslanden, zandverstuivingen
6.0 Venen, moerassen, oevers
7.0 Graslanden
(heischrale graslanden en zandverstuivingen, zie 5; wegbermen, zie 9)
8.0 Open duinen, kwelders, zandplaten;
muren en gebouwen
9.0 Akkers, ruigten, bermen, stedelijk gebied
(lanen, zie 4)

.

.

.

.

.

.

/\
NaaR
BoVeN


Ecocodes Fungi
Omschrijvingen

Ecocode Omschrijving Opmerking Vegetatietype
1.0 Opgaande loofbossen (lanen en houtwallen, zie 4)
1.1 Wilgenvloedbossen op natte kleibodems langs de grote rivieren voor grienden zie 2.1;
voor wilgenstruwelen met Salix aurita of S. cinerea, zie 2.2
(.SG.~n ~Úrnl.
1.2 Elzenbroekbossen op natte tot vochtige bodems   '(oAInien-- giuti II u~ eo)
1.3 Berkenbroekbossen op natte tot vochtige bodems   ~.Betulion--!,ti beSee8~~-
1.4 Loofbossen (meest Eik, Els, Es, Iep) op (matig) vochtige, voedselrijke klei vnl. langs de grote rivieren en in de polders;
"Kleibossen" Kralingse Bos
~"-IB-~?~.;::p;p., ( )
1.5 Loofbossen (meest Eik, Es, Iep) op vochtig tot droog (matig) voedselrijk zand of lemig zand vnl. binnenduinrand, polders-, beekdalen) :tNn=:;;aQiull'f";p.(
1.6 Loofbossen (meest Eik, Haagbeuk, Beuk) op matig droge tot droge, kalkrijke leem of klei vnl. Zuid- Limburg (w",;tri~(
1.7 Loofbossen ( meest Eik, Beuk, Berk) op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems vnl. op het Pleistoceen (.QYePeitnl lv~uOIi-}1ctI-t'
2.0 Loofhoutstruwelen en hakhout
2.1 Wilgengrienden   (SaliGielt-alba~-
2.2 Sporken- en Wilgenbroekstruwelen op vochtige tot natte bodems meest Geoorde en Grauwe wilg, Vuilboom, Gagel ,SalicioQ.cinereaoer-
2.3 Sleedoom- Meidoornstruwelen buiten de duinen vnl.langs de rivieren en in Zuid-Limburg ~_~~~ad~-CJ-~
2.4 Duindoorn-struwelen, eventueel met Vlier of Liguster   (:,SaIJJboco= Belbelidiull .,~-
2.5 Kruipwilgstruwelen   ( Salic¤OQ-al'enaFiae)
2.6 Overige struwelen in de duinen Meidoorn, Kardinaalsmuts, Wegedoorn etc. (.&amb v-BC'- - ~p.p:t-
2.7 Eikenhakhout    
2.8 Essenhakhout    
2.9 Overig hakhout    
3.0 Naaldbossen en -struwelen,
gemengde loof- en naaldbossen
3.1 Naaldbossen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems vnl. op het Pleistoceen  
3.2 Naaldbossen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems vnl. op het Pleistoceen  
3.3 Naaldbossen op (matig) droog, (matig) kalkrijk of voedselrijk zand en lemig zand vnl. in de duinen (ook in Waddengebied) en in de polders  
3.4 Naaldbossen op vochtige tot droge, (matig) kalkrijke of voedselrijke klei en leem vnl. rivierengebied, Zuid-Limburg  
3.5 Jeneverbesstruwelen   (Qi~:-&RQ J.~!,i~~, ..squarroSOooJ uniperetum1-
3.6 Gemengde loof- en naaldbossen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems vml. op het Pleistoceen  
3.7 Gemengde loof- en naaldbossen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems vml. op het Pleistoceen  
3.8 Gemengde loof- en naaldbossen op (matig) droog, (matig) kalkrijk zand en lemig zand vnl. in de duinen en in de polders  
3.9 Gemengde loof- en naaldbossen op vochtige tot droge, (matig) voedselrijke of kalkrijke klei of leem vnl. rivierengebied, Zuid-Limburg  
4.0 Houtwallen (opgeworpen aarden wallen met bomen of struiken),
houtsingels
(vlakke, smalle stroken met bomen of struiken),
lanen en
bosranden
4.1 Houtwallen op vochtige en natte bodems    
4.2 Houtwallen op (matig) droge bodems    
4.3 Loofhoutsingels en bosranden op natte tot droge voedselrijke zand, leem of klei    
4.4 Loofhoutsingels en bosranden op vochtig tot nat voedselarm veen, zand of leem    
4.5 Loofhoutsingels en bosranden op droge, voedselarme zand- of leembodems    
4.6 Lanen op vochtige tot natte (matig) kalkrijke of voedselrijke bodems vml. rivierengebied, polders, beekdalen  
4.7 Lanen op matig vochtige tot droge, (matig) kalkrijke of voedselrijke bodems vml. duinen, polders, Zuid-Limburg  
4.8 Lanen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems vml. op het Pleistoceen  
4.9 Lanen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems vml. op het Pleistoceen  
5.0 Heiden, heischrale graslanden, zandverstuivingen
5.1 (Matig) droge heidevelden in het binnenland   (.GeAi5to-Call~~tum)
5.2 Vochtige tot natte heidevelden in het binnenland   (Eri~~lieis )
5.3 Pijpestrootjesvelden   (Molinia-velden)
5.4 (Matig) droge duinheiden   (Empetrionnigri)
5.5 Vochtige tot natte duinheiden   (Empetr0--ErieemmJ
5.6 (Matig) droge heischrale graslanden   (Violion~ .(;aninaep;'p";J~.
5.7 Vochtige heischrale graslanden   (~e-MJua~... .p.p,~
5.8 Binnenlandse zandverstuivingen voor open zand in de duinen zie 8 {Spergul0"' Corynephort'<m( -
6.0 Venen, moerassen, oevers
6.1 Levende hoogvenen met Sphagnum, meestal in veenputjes en langs vennen, in het Midden, Oosten en Zuiden  
6.2 Uitgedroogde hoogvenen, afgegraven veen. turfwanden    
6.3 Voedselrijke rietlanden en andere oevervegetaties   ~~Al'a.,;-~itetal;a, ~ilipeAdw~
6.4 Voedselarme Veenmos-rietlanden alleen in oude laagveenmoerassen ~PM~e.:ie¤fli& ~t~,- S I'h8gt!e ~~""p2t a~h i-J1af7iHosi;
6.5 Zeggemoerassen   Magfteeet'¤eieA
6.6 Trilvenen   (CaR~iQA ~wl:tQ..ais:,8e"-t'.y.,-. (;erteton ~1!:af} ee-,". )
6.7 Natte, tot vochtige duinvalleien   ( Cafteiv.. d..y..l- lianae-p.p)
6.8 Droogvallende bodems van meren en sloten   (Bide-.a.;,;".~i t---
6.9 Organisch aanspoelsel (vloedmerk) langs rivieren en meren.    
7.0 Graslanden
(heischrale graslanden en zandverstuivingen, zie 5; wegbermen, zie 9)
7.1 Graslanden op sterk bemeste, natte tot droge bodems, intensief beweid en/of gemaaid   (~ ~~~t-p-.l).
7.2 Weilanden op vochtige tot droge, matig bemeste bodems   ( Lolio..G,.nosuretttflf)
7.3 Hooilanden op matig vochtige tot droge, matig bemeste klei of zavel vnl. langs de grote rivieren, Zuid-Limburg) ( Atr-└~!)Jl- 1b.r.r~twn.e1atioris;
7.4 Hooilanden op vochtige tot natte, zwak of matig, bemeste bodems vnl. in beekdalen en op laagveen ( Ga1thioR-pai~
7.5 Hooilanden op vochtige tot natte, onbemeste veen- of zandbodems (Blauwgraslanden)   J~ MeI intmrr
7.6 Graslanden op onbemeste krijthellingen uitsluitend Zuid-Limburg ~"'... }efig..Gentianettm{
7.7 Graslanden op niet of zwak bemest. (matig) droog zand in de duinen   ( Galio-K;oel&pieR}",
7.8 Graslanden op niet of zwak bemest (matig) droog, kalkhoudend zand of lemig zand vnl. op rivierduinen en hellingen langs de grote rivieren en Overijsselse Vecht (Medi--o, ~era&tiot
7.9 Graslanden op niet of zwak bemest. (matig) droog kalkarm zand of lemig zand vnl. op het Pleistoceen  
8.0 Open duinen, kwelders, zandplaten;
muren en gebouwen
8.1 Buitenste zeeduinen   (Helmduine~ ~iO-~ .philete~}" "
8.2 Droge, zandige of met mos begroeide plekken in de kustduinen   (,ViGI()-Corynephore- .Phleetum)
8.3 Kwelders en zilte graslanden   Asteretea tripoli
8.4 Niet of schaars begroeide zandplaten vnl. Delta-gebied, Lauwersmeer  
8.5 Binnen gebouwen, uitgezonderd kassen zie 8.7, 8.8  
8.6 Buitenmuren (b.v. grachtmuren), beschoeiingen    
8.7 Onverwarmde kassen    
8.8 Verwarmde kassen    
8.9 Steenstorten, puinhellingen, mijnafval    
9.0 Akkers, ruigten, bermen, stedelijk gebied (lanen, zie 4)
9.1 Akkers, stoppelvelden, bollenvelden, braakland   Secalietea. Polygono- Chenopadietalia
9.2 Sier- en moestuinen, erven    
9.3 Stadsparken, plantsoenen, boomgaarden, kerkhoven met geboomte    
9.4 Droge ruigtevegetaties, vuilnisbelten   '~~~m- brietal ia, *tcuˇii)
9.5 Spoorbermen, emplacementen etc.    
9.6 Boomloze wegbermen op droge, voedselarme zand- of leembodems    
9.7 Boomloze wegbermen op vochtige tot natte, voedselarme bodems    
9.8 Boomloze wegbermen op matig vochtige tot droge, voedselrijke bodems    
9.9 Boomloze wegbermen op vochtige tot natte, voedselrijke bodems    
.

/\
NaaR
BoVeN


Vragen, correcties, aanvullingen of tips ontvangen wij graag per E-MAIL.

/FUNGI ECOCODES.htm

ę StichtinG NatuurCentruM RotterdaM

WEBSITEREDACTIE

Voor het laatst bijgewerkt op 22 september 2016

Titel
ECOCODES VOOR LANDSCHAPS- EN VEGETATIETYPEN TBV FUNGI

Beschrijving

Trefwoorden