werk in uitvoering
  NATUURBESCHERMING   WETTEN.EN.OVEREENKOMSTEN
NB.WET.NEDERLAND
HABITATRICHTLIJNEN
RICHTLIJN_92/43/EEG
 
   
 
RICHTLIJN 92/43/EEG
inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna
(Habitatrichtlijn)
Artikel 12
Bescherming van de soorten
 
- NatuurCentruM ROTTERDAM -
 
TEKST
INLEIDING ARTIKEL 8 ARTIKEL 16 ARTIKEL 24
ARTIKEL 1 ARTIKEL 9 ARTIKEL 17 BIJLAGE I
ARTIKEL 2 ARTIKEL 10 ARTIKEL 18 BIJLAGE II(1)
ARTIKEL 3 ARTIKEL 11 ARTIKEL 19 BIJLAGE II(2)
ARTIKEL 4 ALHIER ARTIKEL 20 BIJLAGE III
ARTIKEL 5 ARTIKEL 13 ARTIKEL 21 BIJLAGE IV
ARTIKEL 6 ARTIKEL 14 ARTIKEL 22 BIJLAGE V
ARTIKEL 7 ARTIKEL 15 ARTIKEL 23 BIJLAGE VI

.

/\
NaaR
BoVeN


Habitatrichtlijn
Tekst

Artikel 12

1. De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, letter a), vermelde diersoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op:
a) het opzettelijk vangen of doden van in het wild levende specimens van die soorten;
b) het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek;
c) het opzettelijk vernielen of rapen van eieren in de natuur;
d) de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen.

2. Met betrekking tot deze soorten verbieden de Lid-Staten het in bezit hebben, vervoeren, verhandelen of ruilen en het te koop of in ruil aanbieden van aan de natuur onttrokken specimens, uitgezonderd die welke reeds legaal waren onttrokken vóór de toepassing van deze richtlijn.

3. De in lid 1, letters a) en b), en in lid 2 opgenomen verbodsbepalingen gelden ongeacht de levensfase waarin de in dit artikel bedoelde dieren zich bevinden.

4. De Lid-Staten stellen een systeem in van toezicht op het bij toeval vangen en doden van de diersoorten, genoemd in bijlage IV, letter a) In het licht van de verkregen gegevens verrichten de Lid-Staten de verdere onderzoekwerkzaamheden of treffen zij de instandhoudings- maatregelen die nodig zijn om te verzekeren dat het bij toeval vangen en doden geen significante negatieve weerslag heeft op de betrokken soorten.

ARTIKEL 13

.

/\
NaaR
BoVeN


Vragen, correcties, aanvullingen of tips ontvangen wij graag per E-MAIL.

/HABRLART12.htm

© StichtinG NatuurCentruM RotterdaM

Websiteontwerper

WEBREDACTIE

Voor het laatst bijgewerkt op 05 januari 2018

Titel
ARTIKEL 12 HABITATRICHTLIJN 92/43/EEG

Beschrijving

Trefwoorden: