SECTIE NCR NATUUR
ORGANISMEN

 
NCR SECTIES
NCR NATUURSTUDIO

NATUURSTUDIE

Het leven op aarde
Zes rijken
-

 

NATUUR
Biota
 

 

 

 
.  
 
Biota, Organismen
Tot welke groep behoort dit organisme?
 
- NatuurCentruM RotterdaM -
 
SYSTEEMOVERZICHT SYNONIEMEN KENMERKEN WAARNEMINGEN SITEARTIKELEN
DETERMINEERTABELLEN NAAMLIJSTEN AFBEELDINGEN INVENTARISATIES LITERATUUR
BIJZONDERHEDEN COLLECTIES BIOLOGIE VERSPREIDING WEBLINKS
         

.

.

.

.

.

.

.

/\
NaaR
BoVeN


.
Biota, Organismen /\
NaaR
BoVeN
Tot welke groep behoort dit organisme?
Determineertabel tot de ...

Deze tabel gebruiken als je in het geheel geen vermoeden hebt tot welk systematische groep (taxon) een organisme behoort.
Zeer uitzonderlijke levensvormen zijn niet opgenomen.

Volgnr. Keuze Afbeelding Ga naar
Volgnr. Taxon Vervolgtabel
1 a Zelden groter dan 1 mm,
voorkomend in open water, daarin zwevend of zich op een of andere manier voortbewegend.
    Eencelligen
Protista
TABEL
b Niet aldus   2    
2 a Eťn- of meercellig organisme, al of niet met bladgroen, dat aan hun substraat vastzit en zich niet zelfstandig kan verplaatsen.
Cel(len) bijna steeds met een wand van cellulose.
  3    
b Eťn- of meercellig organisme,
bijna steeds zonder bladgroen,
dat zich gedurende zijn gehele leven of tenminste tijdens zijn jeugdstadium, zelfstandig kan bewegen in het water, op het land, of in de lucht.
Cel(len) zonder een wand van cellulose
  18    
c Organisme zonder bladgroen, dat aan zijn substraat vastzit en daardoor de indruk maakt van een plant, maar in werkelijkheid een kolonie van dieren is die door knopvorming uit elkaar ontstaan.   20    
Planten
3 a Plant met echte bloemen, vorming van zaden.   4 Onderafdeling ZAADPLANTEN
Spermatophytina
TABEL
b Zonder echte bloemen.
Ongeslachtelijke voortplanting door sporen.
Geslachtelijke voortplanting verschillend, maar nooit zaden vormend.
  6    
4 a Vruchtbladen tot een vruchtbeginsel samengegroeid, waardoor de zaadknoppen (eitjes) ingesloten zijn.   5 Infra-afdeling BEDEKTZADIGEN
Angiospermae
TABEL
b Vruchtbladen niet tot een vruchtbeginsel samengegroeid, zaadknoppen vrij op de vruchtbladen.     Infra-afdeling NAAKTZADIGEN
Gymnospermae
TABEL
5 a Bloemen 3-tallig.
Bladen parallelnervig.
Vaatbundels in de stengel verspreid.
Geen bomen.
    Klasse EENZAADLOBBIGEN
Monocotyledonae
TABEL
b Bloemen 4- of 5-tallig.
Bladen hand- of veernervig.
Vaatbundels in een kring.
Kruiden of loofbomen.
    Klasse TWEEZAADLOBBIGEN
Dicotyledonae
TABEL
6 a Plant met een regelmatige afwisseling van een geslachtelijke en een ongeslachtelijke generatie.
Een van beide generaties met een in stengel en blad gescheiden vegetatielichaam en bladgroen houdend.
  7    
b Zonder zo een regelmatige generatiewisseling.
Het vegetatielichaam is een thallus, al of niet met bladgroen.
  9    
7 a Geslachtelijke generatie is een thallus of een in stengel en blad gescheiden plant, steeds met bladgroen.
De ongeslachtelijke generatie bestaat uit een al of niet gesteeld sporedoosje.
Geen echte wortels, alleen haarvormige rhizoiden.
  8 Mossen
Bryophyta
TABEL
b Geslachtelijke generatie klein, thallusvormig.
De ongeslachtelijke generatie een in stengel en blad gescheiden plant met echte wortels.
    Varenplanten
Pteridophytina
TABEL
8 a De ongeslachtelijke generatie bestaat uit een thallus of uit een stengel met drie rijen blaadjes, die tegen het substraat aanligt, waardoor de onderste rij blaadjes vaak weinig of niet ontwikkeld is.
Sporendoosje zonder deksel, peristoom of huikje.
    Levermossen
Hepaticae
TABEL
b De geslachtelijke generatie steeds een in stengel en blad gescheiden plant.
Bladen gewoonlijk in meer dan drie rijen.
Stengel rechtopstaand of liggend.
Sporendoosje op een gekleurde steel of ongesteeld, al of niet met een deksel en peristoom.
Huikje in het begin op de top van het doosje.
    Bladmossen
Musci
TABEL
9 a Zonder bladgroen   10 Zwammen
Fungi
TABEL
b Met bladgroen   12 Wieren  
c Inwendig met bladgroen.
De buitenlaag bestaat uit kleurloze draden, het geheel daardoor gewoonlijk grijsgroen van kleur
(het vegetatielichaam ontstaat door het samengroeien van een groene wier en kleurloze schimmel).
    Korstmossen
Lichenes
TABEL
Zwammen
10 a Naakte protoplasmamassa's, die van vorm en plaats kunnen veranderen en vaste voedingsdeeltjes kunnen opnemen.
Tenslotte veranderen ze in een vruchtlichaam, dat sporen vormt.
    Slijmzwammen
Myxomycetes
TABEL
b Uit echte cellen bestaand, ťťn- of meercellig.
Het eigenlijke mycelium (vegetatielichaam) bestaat uit gelede of ongelede, zich vaak vertakkende draden (hyphen).
De sporen worden meest gevormd in of aan zogenaamde vruchtlichamen van verschillende vorm.
  11 Zwammen
Fungi
TABEL
11 a Het mycelium bestaat uit een enkele, meest veelvuldig vertakte cel.
Vermenigvuldiging door zwemsporen of door conidiŽn, die onbeweeglijk zijn.
    Lagere schimmels
Phycomycota
TABEL
b Het mycelium bestaat uit gelede, meercellige draden.
Sporen gewoonlijk onbeweeglijk,
soms conidiŽn, maar meestal gevormd in cellen of op steeltjes aan cellen.
Vruchtlichamen van verschillende vormen en kleuren.
    Zakjeszwammen
Ascomycota
TABEL
  Steeltjeszwammen
Basidiomycota
TABEL

Wieren

12 a Meest blauwgroen of kopergroen door een kleurstof phycocyaan, soms iets roodachtig.
Eencellige of draadvormige wieren, vaak in kolonies. Vermenigvuldiging door deling.
In zoet water, zee en in de lucht.
    Blauwwieren
Cyanophyta
TABEL
b Meest groen, bruin of rood, nůoit blauwgroen.   13    
c Bleekgeel of wit.   20    
13 a Cellen door ťťn of meer zweepharen beweeglijk.   14    
b Cellen onbeweeglijk, of zo ze zich toch bewegen, dan geschiedt dit niet door zweepharen.   15    
14 a Cel met een of meer zweepharen, naakt, nooit door een pantser van cellulose omgeven.     Flagellaten
Flagellata
TABEL
b Cel met twee zweepharen, soms naakt, maar meestal in een pantser van celluloseplaten met een dwars- en een lengtegeul.
Hoofdzakelijk in zee.
    Dinoflagellaten
Dinophyceae
TABEL
15 a Cel in een doosje van kiezel opgesloten.
Het doosje bestaat uit twee delen, die als schaal en deksel over elkaar grijpen, maar overigens heel verschillende vormen kunnen bezitten. Geel of geelbruin.
Zee- en zoetwater.
    Kiezelwieren
Bacillariophyceae
TABEL
b Nooit twee zulke kiezelschalen.   16    
16 a Cellen door bladgroen zuiver groen (zelden door een tweede kleurstof anders gekleurd).
Eťncellig of veelcellige draden.
Voornamelijk in zoet water.
  17    
b Cellen olijfgroen of bruin door phycophaeine.
Veelcellige celdraden, celvlakken en cellichamen.
Bijna uitsluitend in zee.
    Bruinwieren
Phaeophyta
TABEL
c Cellen rood of violet door phycocyaan.
Veelcellige celdraden, celvlakken of cellichamen.
Bijna uitsluitend in zee.
    Roodwieren
Rhodophyta
TABEL
17 a Eencellig of in meercellige draden of in celvlakken.
Vermenigvuldiging door beweeglijke gameten, die copuleren of door bevruchting van oogoniŽn.
    Groenwieren
Chlorophyta
TABEL
b Eencellig of in meercellige draden.
Vermenigvuldiging door celdeling of door copulatie van twee cellen.
    Jukwieren
Conjugatophyceae
TABEL
c Veelcellig cellichaam, enigszins gelijkend op een paardestaart (Equisetum).
Bevruchting van oogoniŽn.
    Kranswieren
Charophyta
TABEL
18 a Zelden groter dan 1 mm, eencellig, in water levend.     Eencelligen
Protista
TABEL
b Gewoonlijk groter dan 1 mm, uit meer cellen opgebouwd.   19 Dieren
Animalia
TABEL
Dieren
19 a In kolonies van verschillende, meestal niet symmetrische vormen.
Alleen waterdieren.
  20    
b Niet in kolonies.
Dieren twee- of alzijdig symmetrisch.
  22    
20 a Kolonies al of niet vastzittend, dikwijls vertakt.
Dieren met vangarmen, tentakels.
  21    
b Kolonies vastzittend, korst- , bult- of geweivormig.
Geen vangarmen.
    Sponzen
Spongiae
TABEL
21 a Tentakels met trilharen en in een ring of hoefijzervorm gerangschikt.     Mosdieren
Bryozoa
TABEL
b Tentakels zonder trilharen.
leder individu bestaat uit een buisvormig lichaam met 1 of meer kransen tentakels om de mondopening.
Netelorganen aanwezig.  
    Holtedieren
Coelenterata
TABEL
22 a Lichaam alzijdig symmetrisch.   23    
b Lichaam tweezijdig symmetrisch.   24    
23 a Lichaam week, vaak buisvormig, soms klokvormig.
Vangarmen aanwezig.
  21b    
b Lichaam door een kalkschaal hard, gewoonlijk vijfzijdig symmetrisch met stekels.
Geen vangarmen.
    Stekelhuidigen
Echinodermata
TABEL
24 a Met een inwendig geraamte.   25    
b Met een uitwendig geraamte of met schalen.   26    
c Zonder geraamte, dus uitsluitend uit weke delen bestaand.   28    
25 a Met een inwendige kalkschaal, geen wervelkolom.
Om de mondopening vangarmen.
    Weekdieren
Mollusca
TABEL
b Met een inwendig geraamte van been of kraakbeen
Een wervelkolom aan de rugzijde.
Geen vangarmen.
    Gewervelde dieren
Vertebrata
TABEL
26 a Lichaam in segmenten verdeeld.
Ook de poten geleed.
Uitwendig geraamte van chitine, al of niet met kalk gemengd
    Geleedpotigen
Arthropoda
TABEL
b Lichaam niet geleed.
Poten ontbreken of zijn ongeleed.
  27    
27 a Meest met 1 of 2 kalkschalen.
Lichaam week, geen poten.
    Weekdieren
Mollusca
TABEL
b Lichaam geheel door een hard pantser van kalk omgeven, dat uit in rijen geplaatste plaatjes bestaat en van stekels is voorzien.
Vele schijnvoetjes.  
    Stekelhuidigen
Echinodermata
TABEL
28 a Lichaam in uitwendig zichtbare segmenten verdeeld.   29    
b Lichaam uitwendig ongeleed.   30    
29 a Dier plat, lintvorming.     Platwormen
Plathelminthes
TABEL
b Dier spoelvormig, soms draadvormig.     Ringwormen
Annelida
TABEL
30 a Huid meestal slijmerig.
Aan de kop twee voelhorens.
    Weekdieren
Mollusca
TABEL
b Huid niet slijmerig.
Kop zonder voelhorens.
  31    
31 a Dier spoel- of draadvormig.     Draadwormen
Aschelminthes
TABEL
b Dier plat.     Platwormen
Plathelminthes
TABEL
.

/\
NaaR
BoVeN


Vragen, correcties, aanvullingen of tips ontvangen wij graag per E-MAIL.

/WELKESYSTGROEP.htm

© StichtinG NatuurCentruM RotterdaM

WEBREDACTIE

Voor het laatst bijgewerkt op 03 april 2018

Titel
TOT WELKE GROEP BEHOORT DIT ORGANISME ?

Beschrijving

Trefwoorden