werk in uitvoering

NATUURSTUDIE
 

Biota
Eukaryota

 
INDELING 2005
 
Bomen en struikentabel
Determineren via het blad,
Deel 2
Bladeren enkelvoudig,
tegenoverstaand of in kransen
.
 
- NatuurCentruM RotterdaM -
 
KENMERKEN SYSTEEMOVERZICHT LITERATUUR WEBLINKS
DETERMINEERTABEL      
  SYNONIEMEN     KWEKEN

.

.

.

.

/\
NaaR
BoVeN


.
Bomen en struiken /\
NaaR
BoVeN
Tabel
 
Kies Vraag Ga naar
VOLGNR Taxon
1 a Blad gaafrandig of iets gegolfd 25  
b Blad gezaagd, getand, gelobd of diep ingesneden 2  
2 a Stengel windend, liggend of klimmend 23  
b Stengel opgaand  3  
3 a Bladeren gelobd of diep ingesneden 21  
b Bladeren niet gelobd  4  
4 a Aan de basis 3-5 sterke nerven 20  
b Eén hoofdnerf  5  
5 a Zijnerven tot in de bladtanden 18  
b Zijnerven buigen voor de rand naar boven en verbinden zich met de bovenliggende.
Naar de tanden alleen vertakkingen 
6  
6 a Bladsteel van de tegenoverstaande bladeren door een lijn verbonden of de bladsteelvoeten komen samen 10  
b Voeten van de bladstelen niet verbonden 7  
7 a Tak duidelijk 4-kant of met zwarte wratten bezet 9  
b Tak rond of iets plat gedrukt;
geen zwarte wratten
8  
8 a Blad in het bovenste derde deel het breedst;
onderste helft gaafrandig
  Wilg
b Blad in midden of hier onder het breedst   Kardinaalsmuts
9 a Tak hol of merg in vakjes (overlangs doorsnijden)   Chinees klokje
b Ononderbroken merg   Kardinaalsmuts
10 a Bladeren aan elke zijde 1-12 duidelijke tanden 16  
b Bladeren meer dan 12 tandjes 11  
11 a Bladeren beiderzijds met stervormige witte haren (loupe)   Deutzia
b Niet zulke haren 12  
12 a Bladeren van onder witachtig;
takken 4-kant
  Herfstsering
b Bladeren van onder niet wit;
takken niet 4-kant
13  
13 a Blad 5-6 cm lang, steel ongeveer 2 cm, gelobd   Esdoorn
b Blad anders 14  
14 a Tak rond   Hortensia
b Tak met 4 lengtekanten (loupe) 15  
15 a Blad lang toegespitst, sterk gebogen zijnerven   Weigelia
b Zijnerven niet opvallend gekromd   Sneeuwbal
16 a Bladeren.dik, glanzend, dikwijls geel of wit gevlekt   Aucuba
b Bladeren niet dik, leerachtig 17  
17 a Stengel roodachtig, geen dikke zijnerven   Fuchsia
b Onderzijde van de bladeren met dikke zijnerven   Boerenjasmijn
18 a Op korte takken bladeren schijnbaar tegenoverstaand of in kransen, anders verspreid   Berk
b Alle bladeren tegenoverstaand, voeten samenstotend of met verbindingslijn 19  
19 a Alle bladeren 16 paren zijnerven, fijne, spitse tanden   Esdoorn
b Minder zijnerven, grover getand, tak dikwijls viltig   Sneeuwbal
20 a Bladsteel hoogstens 2 cm, zijnerven voor de rand boogvormig met elkaar verbonden   Boerenjasmijn
b Steel meestal langer dan 2 cm   Esdoorn
21 a Gaafrandig, alleen sommige gelobd   Sneeuwbes
b Alle bladeren gelobd of getand 22  
22 a Bladsteel met wratten, of blad van onder met fijne zwarte punten   Sneeuwbal
b Niet zo   Esdoorn
23 a Blad gaafrandig, stengel windend   Kamperfoelie
b Blad getand 24  
24 a Bladsteel tot 11 cm, blad 5-12 cm lang en 4-10 cm breed   Hortensia
b Steel tot 2 cm, blad 2-5 cm lang en 4 cm breed   Kardinaalsmuts
25 a Zeer grote, brede bladeren   Catalpa
b Bladeren minder dan 10 cm breed 26  
26 a Planten tot 60 cm hoog 34  
b Planten hoger 27  
27 a Stengel windend   Kamperfoelie
b Stengel niet windend 28  
28 a Blad meestal niet langer dan 2 cm, leerachtig 38  
b Blad anders 29  
29 a Stengel met scherpe ribben (6)   Bosrank
b Stengel rond of 4-kant 30  
30 a Bladeren aan de voet samenstotend of met verbindingslijn 32  
b Bladeren niet zo 31  
31 a Schijnbaar 2 grote eindknoppen   Sering
b Geen 2 eindknoppen, blad altijd groen, bladsteel kort   Liguster
32 a Zijnerven bogig naar de spits lopend 33  
b Zijnerven niet bogig naar de spits, bruine schubjes op het blad, naar de top dikwijls onduidelijk getand   Sneeuwbal
33 a Sommige bladeren gelobd, witte bessen, kleine bloemen met harige kroonbuis   Sneeuwbes
b Bladeren onder dikwijls grijs, stengel rood   Kornoelje
34 a Bladeren meestal met doorschijnende punten, bloemen geel   Hertshooi
b Bladeren niet gepunkteerd 35  
35 a Kleine leerachtige bladeren, veel niet duidelijke zijnerven   Buxus
b Minder zijnerven 36  
36 a Aan de voet v.h. blad behalve de hoofdnerf nog 2-4 zijnerven, blad zittend, 3-5 cm breed, stengel met 6 richels   Bosrank
b Plant anders 37  
37 a Bladstelen door een lijn verbonden, bladeren 3-8 cm   Maagdenpalm
b Geen verbindingslijn   Zonneroosje
38 a Jonge takken, rood, behaard, tegenoverstaande bladeren door een lijn verbonden   Blinkende kamperfoelie
b Jonge takken groen, kaal, bladeren niet verbonden   Buxus

.

/\
NaaR
BoVeN


Vragen, correcties, aanvullingen of tips ontvangen wij graag per E-MAIL.

/BOMEN EN STRUIKENTABEL, BLAD, DEEL 2.htm

© NatuurCentruM RotterdaM

WEBSITEREDACTIE

Voor het laatst bijgewerkt op 09 februari 2019

Titel
BOMEN EN STRUIKENTABEL, DETERMINEREN VIA HET BLAD, DEEL 2, BLADEREN ENKELVOUDIG, TEGENOVERSTAAND OF IN KRANSEN

Beschrijving

Trefwoorden